(0)

Selecteer Regio

Bookmark and Share

Recht op leef-tijd!

Het ouderenmanifest van ABVV-Senioren

Overal moeten ouderen voor ‘vol’ worden aanzien. Overal moet met hun inzichten, eisen en verzuchtingen rekening worden gehouden. ABVV-Senioren leveren daar met dit ouderenmanifest alvast de nodige inspiratie toe.

Vlaams ABVV | 2009
Brochure | 16 blz.
Gratis


Doelgroep: Senioren
Prijs: Gratis

Vandaag is één op vier kiezers in Vlaanderen ouder dan 65 jaar. En dat aandeel zal nog verder groeien naar één op drie. Alleen al daarom moet de stem van de ouderen in de besluitvorming gehoord worden.

Ouderen beschikken over een bijzonder kapitaal aan kennis en ervaring. Net omdat de wereld er niet simpeler op wordt, is het aangewezen alle beschikbare deskundigheid in beslissingen te verwerken. Wie goede beslissingen wil, houdt dan ook best rekening met de stem van de ouderen.

Dat geldt op alle domeinen. Vooreerst op politiek vlak, waar de stem van de ouderen moet doorklinken van plaatselijk tot Europees niveau.

Maar ook op andere vlakken waarbij ouderen betrokken zijn: als weggebruiker, consument, deelnemer aan het culturele leven, lid van de vakbond, supporter, mantelzorger of zorgafhankelijke, …

Het volledige manifest kan je hieronder lezen of in pfd  hier  downloaden.

1. Recht op een fatsoenlijk inkomen

Onze pensioenen behoren tot de laagste van Europa. Ze zijn zelfs zo laag dat 23% - of bijna 1 op 4 gepensioneerden - in armoede leeft. Of bij de minste tegenslag in armoede terechtkomt. Voor deze mensen is langer leven gedegradeerd tot overleven. Deze situatie kunnen en mogen wij niet aanvaar-den.

Het wettelijk pensioen moet voldoende ruim zijn opdat iedereen kan deelnemen aan alle aspecten van het maatschappelijk leven.

Concreet betekent dit dat het pensioen 75% moet bedragen van wat men gemiddeld verdiende in een loopbaan van 45 jaar. Een aanvulling vanuit de tweede pijler moet tot een pensioen leiden dat 75% bedraagt van het loon van de laatste 5 jaar.

Pas nadat er voor iedereen zo’n leefbaar pensioen gerealiseerd is, mag er aan fiscale cadeaus ge-dacht worden voor wie genoeg verdient om zelf aan pensioensparen te kunnen doen.

De minimumpensioenen die toegekend worden na een volledige loopbaan liggen nog te laag. Het minimumpensioen moet blijvend aangepast worden aan de welvaart en moet een waardige bescher-ming bieden.

De welvaartstaart wordt steeds groter. Maar wat zien we: uitgerekend die bevolkingsgroep die het langst in het sociale zekerheidssysteem geïnvesteerd heeft… krijgt niets. Pensioenen moeten dan ook niet alleen aangepast worden aan de index, maar ook aan de stijgende welvaart. En die welvaartsvastheid moet automatisch toegekend worden, zodat de gepensioneerden niet elk jaar opnieuw moe-ten bedelen om hun deel te krijgen.

Niet alleen de minimumpensioenen, ook de maximumpensioenen zijn te laag. Voor wie meer afgedragen heeft, moet het eveneens interessant blijven om het pensioensysteem te helpen dragen. De ‘loonplafonds’ die men hanteert om de pensioenen te berekenen, moeten dan ook verhoogd worden en moeten de loonevolutie volgen.

Mensen die zorgtaken op zich nemen, moeten erkend worden. Daarom moeten de verlofvormen voor zorg gevaloriseerd worden, zowel tijdens als na de loopbaan.

Ook mensen die deeltijds werkten om aan de werkloosheid te ontsnappen, moeten een vlotte toe-gang tot het minimumpensioen hebben. Voor elk jaar waarin men minimum 156 gewerkte - of gelijk-gestelde dagen - kan aantonen, heeft men dan ook recht op 1/45 van het minimumpensioen. Voor elk jaar waarin men dit minimum niet haalde, moet men 1/45 van de inkomensgarantie toegekend krijgen. Deze inkomensgarantie moet bovendien automatisch gekoppeld worden aan de evolutie van de Europese armoederisicogrens.

2. Recht op zorgzekerheid

Niet alleen het aantal ouderen neemt toe. Binnen de groep ouderen zal het aandeel 80-plussers in de komende decennia spectaculair toenemen. We mogen dan ook aannemen dat de kosten voor gezondheidszorgen en zorgvoorzieningen in dezelfde mate zullen stijgen. Wij willen dan ook dat hier passende antwoorden op worden geformuleerd.

Ook als de kosten toenemen blijft iedereen recht hebben op betaalbare zorg. Dat betekent dat de eerste pijler van de gezondheidszorg wordt uitgebreid zodat meer gezondheidsrisico’s gedekt zijn door een goedkope basisverzekering.

De zorgvraag bij ouderen is veranderd: ze willen zo lang mogelijk thuis wonen met een kwaliteitsvolle zorg op maat. Een gerechtvaardigde wens waarop de overheid moet inspelen door meer te investeren in de witte sector. Die sector moet ook een aantrekkelijke werkgever zijn.

Er is een grote druk om de zorg te commercialiseren. Dat moeten we te allen prijze vermijden. Want anders belanden we in een maatschappij met een hoog zorgniveau voor de welgestelden en niet meer dan het strikte minimum voor alle anderen. Commercialisering van de zorg zal ook leiden tot “risico-selectie”: de commerciële bedrijven zullen zich beperken tot de minst zware en minst complexe pro-blemen die hen de grootste winst opleveren.

De zorgverzekering heeft ondertussen haar nut bewezen, maar er zijn nog tal van pijnpunten waaraan gesleuteld moet worden. Belangrijk is ook dat de bijdrage die men betaalt gekoppeld wordt aan het inkomen.

Als het rust- en verzorgingstehuis de beste oplossing is, dan moet het om een aantrekkelijk alternatief gaan. Het verlaten van de vertrouwde omgeving moet gecompenseerd worden door een rust- en verzorgingstehuis met een groter hotelgehalte.

Voor wie het rusthuis niet kan betalen, moeten in de meeste gemeenten de kinderen bijpassen. Als je dus arme ouders hebt van wie je niets zal erven, dan moet je ook nog hun rusthuisfactuur helpen betalen. En als je rijke ouders hebt die je een vermogen zullen nalaten, dan moet je hun rusthuisfactuur niét helpen betalen. In rechtse kringen noemt men dit “solidariteit”. Voor ons kan het in elk geval niet dat de meest hulpelozen in onze samenleving tijdens de laatste jaren van hun leven gedegradeerd worden tot bedelaar.

3. Recht op aangepast wonen

Uitgangspunt is dat ouderen zolang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in een plezierige en veilige leefomgeving, met voorzieningen op loopafstand, geïntegreerd binnen de bestaande woonkernen en met voldoende mogelijkheden voor sociale contacten en een constructieve bijdrage aan het maatschappelijk leven.

Mensen wiens zelfredzaamheid afneemt moeten kunnen terugvallen op een ruime variëteit en voldoende capaciteit van ‘anders’ wonen. De overheid moet daarom investeren in alternatieve woonvormen zoals serviceflats, kangoeroe-, duplex- en meegroeiwoningen.

Veel ouderen die eigenaar zijn van hun woning stellen vast dat die indertijd niet voorzien werd op ‘levenslang wonen’. Zij moeten met een tegemoetkoming de kans krijgen om hun woning aan te passen aan de gewijzigde leefomstandigheden.

Veel ouderen beschikten tijdens hun actieve loopbaan niet over de mogelijkheden om een eigen woning te verwerven. Meestal gaat het om mensen met een klein pensioen. Uitgerekend zij worden geconfronteerd met de hoge huurprijzen op de privémarkt. Er moet dan ook snel werk gemaakt worden van sociale woningen op maat van ouderen die met een klein pensioen of met een inkomensgarantie moeten rondkomen. Alleenwonenden die vanuit één inkomen hun vaste kosten moeten financieren hebben voorrang.

Ouderen - maar ook anderen - die op de privémarkt aangewezen zijn, moeten een huursubsidie krijgen waardoor de huur van de woning vergelijkbaar wordt met die van een sociale woning.

4. Recht op veiligheid

Ouderen zijn kwetsbaarder dan andere bevolkingsgroepen. Ze voelen zich ook onveiliger. In een democratisch land mogen we verwachten dat de overheid alles in het werk stelt om die veiligheid te waarborgen. Het kan niet dat ouderen hiervan wakker moeten liggen.

Zichtbare en aanspreekbare wijkagenten en stadswachten kunnen het veiligheidsgevoel versterken. Het hoort tot de politionele basiszorg dat de wijkagent alle ouderen uit zijn wijk kent.

Het verkeersnetwerk moet met de beperkingen van ouderen rekening houden. Straten zijn maar veilig als ze begaanbaar en overzichtelijk zijn. De veiligheid verhoogt ook als straten en pleinen proper zijn en goed verlicht. Bij ruimtelijke ordening moeten kansen ingebouwd worden om het sociaal weefsel op buurtniveau uit te bouwen.

Professionele hulp bij het beveiligen van de woning is geen overbodige luxe. Hetzelfde geldt voor aanpassingen aan de woning in het kader van de valpreventie. Het is dan ook wenselijk om alle 70-plussers via het OCMW hun woning gratis op risico’s te laten nazien.

Veel ouderen - maar zij niet alleen - voelen zich onveilig door een steeds ingewikkelder samenleving waarop ze geen overhand hebben. De leesbaarheid van een energiefactuur, de keuze van een GSM-abonnement, de doolhof van een premiestelsel, de toenemende druk om overweg te kunnen met een PC, …  Op elk beleidsniveau moeten de verantwoordelijken oog hebben voor deze problematiek, en concrete stappen zetten zodat ook ouderen greep kunnen houden op de wereld waarin ze leven

5. Recht op mobiliteit

Mobiliteit is een basisrecht. Zich vlot kunnen verplaatsen is ook een middel om isolement en vereenzaming te doorbreken. Ook wie hulpbehoevend is moet steeds op de plaats van bestemming kunnen geraken.

De NMBS moet - naar analogie met De Lijn - alle beperkingen en prijzen afbouwen, zodat ouderen er voluit gebruik van kunnen maken. Een verdere uitbouw van het openbaar vervoer zowel qua bereik als qua uurregeling is aangewezen.

Voor ouderen voor wie het openbaar vervoer geen oplossing biedt, moeten alternatieven uitgewerkt worden. Wij denken onder meer aan een systeem van taxibonnen die toelaten om voor een betaalbaar bedrag verplaatsingen te maken.

6. Recht op levenslang leren

Levenslang leren eindigt per definitie niet bij de pensionering. Levenslang leren beperkt zich ook niet tot het volgen van cursussen.

Een ontmoetingsplaats waar ervaringen kunnen uitgewisseld worden, waar men deskundigen kan ontmoeten, waar men een vrijwilligersfunctie kan uitoefenen, … is minstens even belangrijk. De bereikbaarheid van dergelijke plaatsen - zoals dienstencentra - is dan ook een must.

De sociaal-culturele verenigingen zijn een bron van ‘levenslang leren’. Ze verhogen de weerbaar-heid van de zestigplussers, waardoor ze meer vat krijgen op hun eigen leven. Ze zorgen ervoor dat ouderen volwaardig blijven deelnemen aan het maatschappelijk leven. Ze versterken het sociaal weefsel en reiken de nodige contacten aan opdat ouderen niet zouden vereenzamen.

Deze opportuniteiten worden evenwel maar gerealiseerd indien de gemeente de regie in handen neemt en faciliterend optreedt. Dit kan gaan van het ter beschikking stellen van infrastructuur over logistieke steun tot subsidiëring en educatieve ondersteuning.

Het cultuurbeleid van de gemeente moet ervoor zorgen dat alle inwoners optimale kansen krijgen om deel te nemen aan het culturele leven. Toegankelijkheid is hier de eerste opgave: inzake prijzen, inzake uren, inzake bereikbaarheid.

7. Recht op zelfbeschikking

Het zelfbeschikkingsrecht houdt in dat de patiënt zelf kan beslissen over eigen leven en sterven. Negentig procent van onze bevolking is van mening dat de patiënt steeds de vrije keuze moet hebben om met een behandeling in te stemmen of deze te weigeren. Dit moet ook gerespecteerd worden door de resterende tien procent.

Het debat over euthanasie voor dementerenden, zwaar psychisch lijdenden, wilsonbekwame maar bewuste personen en nog andere groepen waarover discussie bestaat, moet bespreekbaar blijven door een beroep te doen op wetenschappelijk onderbouwde kennis, en niet op emoties of gevoelens.

Ook een betere en verdere uitbouw van de palliatieve (thuis)zorg moet worden gerealiseerd.

8. Recht op leef-tijd voor iedereen

De ouderen zijn bekommerd om het welzijn van hun kinderen en kleinkinderen. Ze zien dat deze het op heel wat vlakken erg moeilijk hebben.

De ouderen van vandaag groeiden voornamelijk op in gezinnen waar de kostwinner 45 uur per week moest werken. Zijn volledige carrière bedroeg 90.000 werkuren.

Vandaag zijn de kostwinners vervangen door tweeverdieners. Ze werken minder lang, maar dan wel 2 x 70.000 uur, of 140.000 uur per gezin. En dat terwijl de jobs gekenmerkt worden door hogere werk-druk, meer tijdelijke en onzekere statuten, stijgende vraag naar flexibiliteit, veel meer “mobili-tijd” …

Een brede waaier maatregelen is nodig om dit om te buigen tot een leefbare toestand. Een loopbaan is geen renbaan. Ook in het spitsuur van het leven moet er na de job en de huishoudelijke taken vol-doende tijd overblijven voor quality time met de partner en de kinderen, een stapje in de wereld, levenslang leren, op tijd wat sport en een streepje cultuur of een portie lekker lui niets doen…

Onze speciale aandacht gaat uit naar de allerkleinsten: om hen de best mogelijke start te garanderen pleiten wij - net zoals Unicef - voor een uitbreiding van het ouderschapsverlof tot één jaar. Aansluitend moet er voldoende en vooral betaalbare kinderopvang zijn.

Er is nood is aan meer actieven om het hoofd te kunnen bieden aan de vergrijzingskost. Maar dit is niet enkel een discussie over het aantal jobs. Ook de kwaliteit van die jobs telt. Wie veel mensen aan het werk wil, moet oog hebben voor werkbaar werk. Of men nu werkt in een hamburgerjob of een kaviaarjob, in een nepstatuut of met een vaste benoeming, … er moet steeds oog zijn voor de kwaliteit van de job. En een job is maar kwaliteitsvol als men geen moeite heeft om die job te blijven uitoefenen.

9. Recht op rechtvaardige belastingen

Wij stappen niet mee in het verhaal van de onbetaalbare kosten van de vergrijzing. Dat is immers een verhaal van angst zonder hoopgevend perspectief. Het kan anders. Een stevige dosis politieke wil en ambitie, gedrenkt in een milde portie creativiteit, is het recept dat toelaat een loopbaan met leef-tijd naadloos te laten aansluiten op een pensioen met leefbaarheidsgarantie.

Met een fiscale administratie die over genoeg middelen en mensen beschikt, met gerechtelijke procedures bij fraudezaken die niet verjaren, met het hervormen of afschaffen van fiscale constructies zoals de ‘notionele intrestaftrek’, met een graaitaks op superhoge ontslagpremies, een taks op luxe-goederen, belasting op huurinkomsten, enz. … zitten we al een flink stuk in de goede richting.

We pleiten voor een belasting op de grote vermogens van meer dan één miljoen euro. Door het bankgeheim af te schaffen kan een kadaster van alle vermogens worden opgesteld. Via een Algemene Sociale Bijdrage (ASB) zouden ook inkomsten uit kapitaal meebetalen voor de sociale zekerheid, en dus om de kosten van de vergrijzing op te vangen.

Downloads

Lees ook

Zoek op trefwoord

belastingen brugpensioen gezondheid leeftijdsbewust personeelsbeleid mobiliteit pensioenen Seniorenwerking

Terug Top